WATERBELEID

De Federatie van Oppervlakte Delfstoffen winnende Industrieën (FODI) is de landelijke koepelorganisatie van het Nederlandse oppervlaktedelfstoffen winnende bedrijfsleven.

FODI heeft kennis genomen van het voorliggende ontwerp Beheerplan Rijntakken. Graag wil FODI gebruik maken van de mogelijkheid om hierop te reageren.

Vanwege het geologisch voorkomen van klei en bouwzand hebben de uiterwaarden van oudsher een belangrijke rol vervuld in de levering van bouwgrondstoffen. In die hoedanigheid zijn FODI en Cascade als maatschappelijk betrokken partijen van begin af als lid van de Klankbordgroep betrokken geweest bij de opstelling van het beheerplan Rijntakken. Immers, steenfabrieken en voormalige klei- en zandwinlocaties vormen belangrijke elementen in de bestaande riviernatuur. Maar ook in de toekomst kan delfstofwinning tbv bouwgrondstoffen, een belangrijke rol vervullen bij het realiseren van Natura2000 doelen. Deze boodschap hebben wij steeds uitgedragen en FODI stelt met genoegen vast dat deze visie door de bevoegde gezagen erkend wordt en in het onderhavige beheerplan aan bod komt.

Het Natura2000 gebied Rijntakken is een dynamisch gebied waar veel maatschappelijke activiteiten plaatsvinden, waaronder rivierverruiming en delfstofwinning. FODI onderschrijft de keuze voor een plan op hoofdlijnen, waarbij de natuurdoelen zijn uitgewerkt op ‘deelgebied’ niveau (meestal uiterwaard). Hierbij is per deelgebied vastgelegd welk habitattype en welke diersoorten behouden dan wel hersteld zou moeten worden (hoofdstuk 4) en welke maatregelen daarvoor in algemene zin voor nodig zijn (hoofdstuk 5). Op deze wijze wordt duidelijkheid en sturing gegeven aan maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder toekomstige private projecten voor zand- en kleiwinning.

De zorg van FODI dat het Natura 2000 gebied Rijntakken op slot zou gaan en dat er geen ruimte meer zou zijn voor delfstofwinning is gelukkig niet bewaarheid. Immers, in het beheerplan wordt erkend dat delfstofwinning naast voor de bouw benodigde bouwgrondstoffen, een bijdrage levert aan het realiseren van Natura2000 doelen en aan rivierverruiming. En zoals vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt evenzo erkend dat delfstofwinning een nationaal belang dient en het daarom belangrijk is dat maatschappelijk aanvaardbare winmogelijkheden worden benut. Dit biedt ruimte voor zowel bestaand als toekomstig gebruik van delfstoffenwinning binnen het Natura2000 gebied Rijntakken. FODI voegt hieraan toe dat onze leden de uitdaging zijn aangegaan met inmiddels uitstekende resultaten, om via het ontwikkelen van nieuwe projecten een substantiële bijdrage te leveren aan het realiseren van de in het onderhavige beheerplan gestelde Natura2000 doelen.

Een belangrijk uitgangspunt voor het beheerplan Rijntakken is dat de maatregelen haalbaar en betaalbaar moeten zijn. FODI onderschrijft dit uitgangspunt van harte, en ook dat delfstofwinning hieraan kan bijdragen. Immers, in het beheerplan Rijntakken is expliciet opgenomen dat bij het realiseren van Natura2000 doelen zo veel als mogelijk aansluiting gezocht moet worden bij private initiatieven uit bijvoorbeeld de hoek van delfstoffenwinning. Door met private partijen afspraken te maken over het realiseren van natuurdoelen bij winning van grondstoffen, kunnen win-win situaties worden gecreëerd. Evenzo wordt het mee-koppelen met andere doelen zoals zand- en kleiwinning terecht genoemd als één van de prioritaire maatregelen om Natura2000 doelen te realiseren.

Wel wijst FODI op een issue rond het realiseren van de behoudsdoelstelling voor overwinterende ganzen en smienten. Steeds heeft FODI er (onderbouwd middels een studie van de SOVON) erop gewezen dat behoud van bestaand foerageergebied voor ganzen en smienten geen beperkende factor is voor het realiseren van deze behoudsdoelstelling. Foerageergebied waar ganzen en smienten rond bedoelde gebieden is een factor 8 (!) ! hoger dan minimaal nodig.

Bij de vaststelling van het Aanwijzingsbesluit Rijntakken was het Ministerie het hier ook zeer mee eens, en had daarom de generieke beleidsdoelstelling hiervoor beperkt tot het behoud van voldoende slaap- en rustplaatsen. Dit omdat uit bestaand onderzoek geconcludeerd werd dat - inclusief het binnendijkse gebied - binnen een straal van 5-10 km van de huidige rust- en slaapplaatsen meer dan ruimschoots voldoende foerageercapaciteit aanwezig is. Helaas heeft de Raad van State deze aanpassing in het Aanwijzingsbesluit in beroep afgewezen, omdat het Ministerie verzuimd had dit voldoende te onderbouwen. FODI betreurt dit ten zeerste, omdat deze feitelijkheid in voorkomende gevallen nu steeds afzonderlijk onderbouwd moet worden, waarbij de uitkomst volgens alle deskundigen niet anders zal zijn.
Daarom dringt FODI erop aan om de resultaten van alle aanvullend onderzoek naar voldoende foerageercapaciteit voor ganzen en smienten goed te registreren, zodat deze resultaten bij de eerstkomende actualisering van het aanwijzingsbesluit Rijntakken gebruikt kan worden als onderbouwing om de generieke beleidsdoelstelling tot behoud van bestaand foerageergebied binnen Rijntakken alsnog te schrappen.

FODI onderschrijft wat er m.b.t. “bestaand gebruik” in het beheerplan staat over delfstofwinning. Immers, vanaf de jaren 90 is het beleid er inderdaad op gericht dat delfstoffenwinningen een bijdrage leveren aan natuurontwikkeling. Hierdoor leveren bestaande delfstoffenwinningen een belangrijke bijdrage aan realisatie van de natuurdoelen en is netto sprake van een positief effect.

FODI onderschrijft evenzo wat er m.b.t. “bestaand gebruik” in het beheerplan staat over (delfstoffen)industrie, in het bijzonder m.b.t. baksteenfabrieken en m.b.t. win- en verwerkingsinstallaties van zand- en grind die vaak midden in de uiterwaarden liggen. Het belangrijkste mogelijke effect hiervan is vermesting door stikstofdepositie. Gesteld wordt dat de PAS-regeling voldoende ruimte biedt om deze activiteiten voort te zetten. Dit mede dankzij de maatregelen die worden uitgevoerd in het kader van het PAS, waardoor bestaande (en ook nieuwe) delfstofwinningen geen knelpunt vormen voor het realiseren van Natura2000 doelen.
De overige belangrijkste mogelijke effecten van (delfstoffen)industrie op habitattypen en leefgebieden van soorten zijn verontreiniging, verdroging door grondwateronttrekking, verstoring door geluid, door licht of door trillingen. Zowel broedvogels als niet-broedvogels en verschillende habitatsoorten zijn hier gevoelig voor. Op lokaal niveau kunnen deze storingsfactoren het voorkomen van soorten of habitattypen beïnvloeden. Gezien de omvang van de hele Rijntakken zijn de effecten van deze storingsfactoren beperkt waardoor deze storingsfactoren de realisatie van de Natura 2000 doelen in de Rijntakken niet in de weg staan.
FODI onderschrijft de conclusie dat maatregelen ter vermindering van de effecten daarom niet nodig zijn. Ook op lokaal niveau zijn FODI geen situaties bekend die de realisatie van de Natura 2000 doelen in de weg staan.

Voor wat betreft nieuwe ontwikkelingen en toekomstig gebruik stelt het Beheerplan dat de Rijntakken een gebied is met een sterke verwevenheid van natuurwaarden en andere functies waaronder verkeer, delfstoffenwinning, wonen, werken en recreatie. FODI onderschrijft dat bij toekomstige planvorming op projectniveau bekeken moet worden hoe nieuwe ontwikkelingen kunnen samengaan met het realiseren van Natura2000 doelen. Momenteel is de branche bezig met een studie (gefinancierd door het Brusselse LIFE IP) die wellicht handvaten geeft hoe delfstoffenwinning nog meer kan bijdragen aan versteking van natura 2000 doelstelling.

De beoordeling van bovenstaande vindt plaats in het kader van de Wet Natuurbescherming. Het Beheerplan Rijntakken dient hierbij als toetsingskader. FODI vindt dit een vooruitgang omdat zo duidelijkheid en richting gegeven wordt aan het realiseren van de Natura2000 doelstellingen voor nieuwe (inrichtings)projecten binnen het Natura2000 gebied Rijntakken.

FODI stelt vast dat het Beheerplan Rijntakken niet leidt tot nieuwe regels. De Wet Natuurbescherming (voorheen Natuurbeschermingswet 1998) is sinds 2005 het juridische kader voor de regelgeving. De opstelling van dit beheerplan komt ook voort uit deze wet.
Het beheerplan geeft aan waar het bestaand gebruik knelt met de realisatie van de Natura 2000 doelen en welke voorwaarden in dit verband moeten worden gesteld (zie paragraaf 6.1).
Ook schetst het beheerplan een kader voor de vergunningverlening aan toekomstige ontwikkelingen (zie paragraaf 6.2). Hiermee biedt het beheerplan voor de gebruiker in en om het gebied duidelijkheid. FODI vindt de vaststelling van het beheerplan Rijntakken daarom een verbetering.

In het kader van het beheerplan Rijntakken heeft de provincie Gelderland een onderzoek verricht naar de sociaal economische aspecten van Natura 2000, toegespitst op het Gelderse deel van de Rijntakken. FODI onderschrijft de conclusies van dit onderzoek.
Mede gelet op de ervaringen tot nu toe verwacht FODI verwacht niet dat er door de Natura2000 aanwijzing er minder ontgrondingsvergunningen kunnen worden afgegeven. Wel zullen voor de ontgronder de administratieve lasten kunnen toenemen doordat mogelijk ook een WNb-vergunning aangevraagd moet worden. In de praktijk lijkt dit mee te vallen omdat de informatie die nodig is voor het verkrijgen van een WNb-vergunning deels gelijk is aan de informatie t.b.v. een ontgrondingsvergunning.
Bedrijven in de keramische industrie liggen voor een belangrijk deel in of nabij het Natura 2000 gebied van de Rijntakken en dit geldt ook voor diverse verwerkingsinstallaties voor zand- en grind. Veranderingen bij deze bedrijven kunnen leiden tot een toename van ruimtebeslag, licht, geluid of stikstofuitstoot waardoor deze bedrijven een vergunning moeten aanvragen. Ten aanzien van stikstofuitstoot is de verwachting dat in het PAS voldoende ontwikkelruimte aanwezig is voor veranderingen bij deze bedrijven. Effecten van geluid en licht kunnen via mitigerende maatregelen worden beperkt. Op basis hiervan verwacht FODI dat in principe vergunning verleend zal kunnen worden.

FODI onderschrijft het belang om voor de evaluatie van het Beheerplan Rijntakken een monitoringplan op te stellen. In dat plan zal nader worden uitgewerkt wie gegevens aanlevert, wie de monitoring en evaluatie uitvoert en welke methoden hierbij worden gebruikt.
FODI pleit ervoor om bij die monitoring afzonderlijk te registreren wat het effect is van private delfstofwinprojecten. Immers, daarmee wordt zichtbaar gemaakt welke bijdrage de delfstofwinnende industrie levert aan het realiseren van Natura2000 doelen.
FODI pleit er verder voor om in het kader van de monitoring met name ook de resultaten te registreren van het nader onderzoek naar de beschikbaarheid van voldoende foerageercapaciteit voor ganzen en smienten. Dit ter onderbouwing van het voornemen om bij de eerstkomende actualisering van het Aanwijzingsbesluit Rijntakken de generieke beleidsdoelstelling tot behoud van bestaand foerageergebied binnen Rijntakken alsnog te schrappen.

Onze leden zijn graag bereid tot medewerking aan zo’n van overheidswege op te stellen monitoringsplan.

Voor vragen is FODI uiteraard beschikbaar voor het geven van een nadere toelichting.

BIJLAGEN

2017-06-12 FODI zienswijze op ontwerp Beheerplan Rijntakken_def LvV