Algemeen

Contact

FODI reacties & standpunten

Belang oppervlaktedelfstoffen


Noodzakelijke grondstoffen voor de Nederlandse economie
Bakstenen, dakpannen, glas, asfalt, kalkzandsteen, cement en beton. Het zijn materialen en producten waar we vaak mee in contact komen. Iedereen en geen dag uitgezonderd. Wonen en werken doen we immers voor het merendeel in huizen en kantoren. We verplaatsen ons over wegen van klinkers of asfalt. Al deze producten zijn gemaakt uit oppervlaktedelfstoffen. Kortom, deze grondstoffen zijn voor onze economie van cruciaal belang.

Voor de productie van veel bouwmaterialen maken we gebruik van oppervlaktedelfstoffen, die meestal een bewerking ondergaan om ze geschikt te maken als bouwstof. Beton bestaat voor een groot deel uit betonzand, cement en grind. Kalkzandsteen en cellenbeton zijn samengesteld uit zand en gebluste kalk. Bakstenen en dakpannen worden van klei gemaakt. In het asfalt voor nieuwe wegen wordt grind en zand verwerkt dat eveneens afkomstig is uit de bodem. Voor het ophogen van bouwterreinen maakt de bouwwereld gebruik van ophoogzand. En voor het maken van cement is kalksteen een belangrijk ingrediënt.

Maar ook in vele industriële toepassingen buiten de bouwsector worden oppervlaktedelfstoffen toegepast, zoals gemalen kalksteen in meststoffen en zilverzand in glas.


Grote voorraden

De vraag naar delfstoffen is dan ook groot. In Nederland is jaarlijks circa 150 miljoen ton bouwgrondstoffen nodig. Een deel daarvan komt uit het buitenland. Ondermeer om afvalstromen te beperken, hecht de overheid veel waarde aan het hergebruik van afvalstoffen, de zogenoemde secundaire grondstoffen. Het overgrote deel van de in de bouw toepasbare reststoffen wordt nu reeds vrijwel volledig nuttig toegepast. Hiermee is de bijdrage vanuit hergebruik en reststoffen in de totale voorziening zo’n 15 tot 20 procent van de totale bouwstoffenbehoefte. Het aandeel van in de bodem te winnen bouwgrondstoffen blijft in de totale voorziening echter dominant (zie tabel).

De geologische voorraden van delfstoffen zijn over het algemeen groot, maar deze zijn – bijvoorbeeld doordat er in de loop der tijden wegen, steden of bedrijventerreinen op zijn aangelegd – niet altijd winbaar. Voor winning van oppervlaktedelstoffen is per jaar circa 400 hectare oppervlakte van ons land noodzakelijk. Ongeveer de helft daarvan, circa 200 hectare, blijft achter als diep water. De andere 200 hectare krijgt via herinrichting een nieuwe ruimtelijke bestemming, bijvoorbeeld als natuur- of recreatiegebied.

In vergelijking met andere ruimteclaims zoals verstedelijking (4.500 hectare), nieuwe natuur (6.000 hectare) is dit zeer bescheiden te noemen.

Raming jaargebruik van oppervlaktedelfstoffen (in miljoenen tonnen)

Ophoogzand 80,0
Grind, grindvervangers 30,0
Beton- en metselzand 22,0
Kalksteen 7,4
Kalkzandsteenzand 3,9
Klei (keramisch en dijken) 4,9
Zilverzand 1,6
TOTAAL 149,8

Bovendien is de winning van zand, grind, klei of kalksteen vaak in goede harmonie te combineren met andere ruimteclaims.  Sterker nog, door herinrichting van de wingebieden te laten aansluiten op plannen van de overheid op het gebied van ruimtelijke ordening en sociaal-economische ontwikkeling van gebieden kan een maatschappelijke meerwaarde ontstaan. Zo worden in combinatie met grondstofwinning nieuwe natuurgebieden gecreëerd, hoogwaardige woon- en werklocaties aan het water en aantrekkelijke recreatieprojecten.  
Ook wordt actief bijgedragen aan het realiseren van grotere rivierveiligheid. In combinatie met grondstofwinning verkrijgen de grote rivieren meer ruimte in hun stroomgebieden waardoor het risico van overstroming verkleind wordt.

De bedrijven die zich bezighouden met de winning van oppervlaktedelfstoffen beschikken over veel expertise op dit gebied.